Innovatie & Toekomst

Neuralinks nieuwe robot bereikt elk deel van het brein

· 6 min leestijd

In mei 2026 presenteerde Neuralink een chirurgische robot die elektrodedraden in vrijwel elk hersengebied kan plaatsen - niet alleen de motorische cortex waar de vroegere implantaten op waren gericht. Daarmee verschuiven behandelingen voor Parkinson, therapieresistente epilepsie en ernstige depressie van verre toekomstplannen naar een concrete onderzoeksagenda.

Wat de nieuwe robot anders maakt

De vorige generatie robots van Neuralink werkte met beperkingen in bereik. De nieuwe robot verhelpt dat met een combinatie van acht camera's en een OCT-systeem (optical coherence tomography) - een scantechniek die ook in de oogheelkunde wordt gebruikt voor gedetailleerde driedimensionale beelden van weefsel.

Een cruciaal detail is de compensatie voor microbewegingen. Het brein beweegt licht mee met elke hartslag en elke ademteug. Die bewegingen zijn voor een chirurg nauwelijks zichtbaar, maar voor elektrodedraden dunner dan een mensenhaar maakt het alle verschil. De robot corrigeert hier voortdurend voor in realtime, zonder handmatige bijsturing van de chirurg.

De elektrodedraden worden door het hersenvlies (de dura mater) geleid zonder dat dit hoeft te worden verwijderd. Het directe gevolg: minder infectierisico, een herstelperiode van een paar dagen in plaats van weken, en een ingreep die in theorie op grotere schaal kan worden uitgevoerd.

Drie aandoeningen die nu in beeld komen

Tot nu toe richtte Neuralink zich op mensen met een dwarslaesie of ALS - condities waarbij de verbinding tussen brein en spieren verloren is gegaan. De nieuwe robot maakt andere hersengebieden bereikbaar, en daarmee nieuwe behandelingsrichtingen:

  • Parkinson: voor tremorreductie via diepe hersenstimulatie is de subthalamische nucleus het doelwit, een structuur diep in het brein dat voor de vorige robotgeneratie niet goed toegankelijk was
  • Epilepsie: bij therapieresistente epilepsie spelen de hippocampus en aanverwante structuren een centrale rol; nauwkeuriger elektrodeplaatsing kan aanvallen beter onderdrukken dan de huidige, grove stimulatoren
  • Depressie: ernstige behandelingsresistente depressie reageert in studies soms goed op stimulatie van de subgenuele cingulate cortex, een klein, diep gelegen gebied waarvoor precisie cruciaal is

Elk van deze aandoeningen treft miljoenen mensen. In Europa leven naar schatting 1,2 miljoen mensen met de ziekte van Parkinson. In Nederland worden jaarlijks rond de achtduizend nieuwe gevallen gediagnosticeerd.

Hoe het staat met de lopende trials

Neuralink heeft op dit moment meer dan twintig patiënten met een N1-implantaat in klinische trials, verspreid over klinieken in de VS, het VK, Canada en de VAE. De focus ligt op het PRIME-onderzoek: kunnen mensen met een dwarslaesie computers en telefoons bedienen via hersenactiviteit?

Tussentijdse resultaten zijn opvallend: 85 procent van de deelnemers haalt taakvoltooiingstijden binnen anderhalve keer die van mensen zonder beperking. Dat betekent dat ze vrijwel even snel een cursor bewegen als iemand die gewoon een muis gebruikt. Net als bij andere technologische ontwikkelingen die dit jaar snel gaan - we schreven eerder al over AI-gadgets en tools die je in 2026 productiever maken - zit de voortgang bij Neuralink ook niet stil.

Naast Telepathy (het motorisch implantaat) werkt Neuralink aan Blindsight, een systeem waarmee volledig blinde mensen deels visuele informatie terug zouden moeten krijgen. De eerste patiënttrial daarvoor is voor 2026 gepland.

Neuralink versus klassieke hersenstimulatie

Diepe hersenstimulatie (DBS) is geen nieuwe technologie. Al in de late jaren negentig kregen Parkinson-patiënten DBS-apparaatjes geïmplanteerd. Wereldwijd zijn meer dan tweehonderdduizend mensen met een DBS-systeem behandeld. Het fundament is bewezen; de technologie mist alleen resolutie.

Klassieke DBS-elektrodes werken met brede pulsen die relatief grote hersengebieden beïnvloeden. Neuralinks systeem plaatst meerdere dunne draden met elk meerdere contactpunten die afzonderlijk kunnen worden aangestuurd. Dat geeft artsen aanzienlijk meer controle over precies welk weefsel wordt gestimuleerd en welk niet.

Of die fijnere controle ook aantoonbaar betere uitkomsten oplevert bij Parkinson of epilepsie, is nog niet bewezen. Neuralink moet dat zelf afdwingen via trials, en serieuze uitkomstdata zijn pas in 2027 of later te verwachten. Wat nu vaststaat is de technologische ambitie; de werkzaamheid moet zich nog bewijzen. STAT News documenteerde eerder dit jaar hoe de visie van het bedrijf en de medische realiteit van hersenchips niet altijd gelijkop lopen.

Wat dit de komende jaren concreet kan betekenen

Neuralinks eigen tijdlijn is ambitieus maar gedocumenteerd concreet: fase 3-trials gepland voor 2026, de volledige goedkeuringsprocedure ingediend in 2027, commerciële beschikbaarheid voor mensen met verlamming voorzien voor 2028. Als de robot ook aantoonbaar werkt bij Parkinson of epilepsie, volgen die indicaties als aparte goedkeuringstrajecten daarna.

De echte vragen zijn niet technologisch maar maatschappelijk. Wie betaalt voor een implantaat dat naar verwachting tienduizenden euro's zal kosten? Wie is eigenaar van de hersenactiviteitsdata die het systeem continu registreert? En wat betekent het als over vijftien jaar een hersenchip net zo gewoon is als een pacemaker?

Die discussie staat nog grotendeels open. Vergelijkbare ethische vragen over de grenzen van technologische ambitie spelen ook bij AI: we schreven eerder over een AI-model dat Anthropic zelf te gevaarlijk acht voor release - ook daar loopt de technologische mogelijkheid voor op de maatschappelijke voorbereiding.

De hersenchip is niet langer sciencefiction. Neuralink heeft met deze robot het hardware-probleem dichter bij een oplossing gebracht. De rest hangt af van klinische resultaten, regelgeving en - niet in de laatste plaats - van wie straks de rekening betaalt.

K
Geschreven door Kai Nakamura Innovatie & Business Tech redacteur

Kai groeide op in Tokio en verhuisde naar Nederland voor een baan bij een tech-startup die binnen een jaar failliet ging — welkom in de Nederlandse startup-scene. Maar hij bleef, leerde Nederlands en begon te schrijven over innovatie, zakelijke tech en de toekomst van AI. Met zijn achtergrond in robotica brengt hij een uniek Japans-Nederlands perspectief op technologie en innovatie. Hij is gefascineerd door hoe technologie ons dagelijks leven verandert en schrijft erover met de precisie van een ingenieur en de verwondering van een kind dat zijn eerste smartphone krijgt. Zijn stukken zijn analytisch, vooruitblikkend en altijd goed onderbouwd.